PMOS
Wat is pmos?
Bij PMOS groeien er in de eierstokken meerdere kleine eiblaasjes die niet of slechts gedeeltelijk tot rijping komen. Dit kan leiden tot een onregelmatige eisprong (oligo-ovulatie) of het volledig uitblijven daarvan (anovulatie). Hierdoor kan het lastiger zijn om zwanger te worden. PMOS komt voor bij ongeveer 10 tot 15% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd en is daarmee de meest voorkomende hormonale aandoening in deze groep.
Polymetabool Ovarium Syndroom (PMOS) heette vroeger Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS). De nieuwe benaming PMOS past beter bij wat er in het lichaam gebeurt: een verstoring van hormonen en stofwisseling. Artsen en wetenschappers gebruiken in de praktijk nog vaak de oude naam PCOS. Daarom worden beide benamingen vaak naast elkaar gebruikt.
Hoe komt het?
Bij PMOS werken hormonen en stofwisseling niet goed samen, waardoor de eierstokken minder goed functioneren. Een belangrijk kenmerk is dat het lichaam te veel androgenen (mannelijke hormonen) aanmaakt. Vrouwen hebben deze hormonen ook van nature, maar te veel ervan verstoort het rijpen van eicellen en de eisprong. Dit kan zorgen voor een onregelmatige cyclus, langere tussenpozen tussen menstruaties, of het helemaal uitblijven van de menstruatie (amenorroe).
Ook de verhouding tussen twee andere hormonen is vaak verstoord: FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon). Bij PMOS is er relatief te veel LH. Dit stimuleert de aanmaak van androgenen en remt het rijpen van eicellen, waardoor zwanger worden lastiger wordt.
Een ander veelvoorkomend kenmerk van PMOS is insulineresistentie, vooral bij vrouwen met overgewicht. Bij insulineresistentie reageren lichaamscellen minder goed op insuline, het hormoon dat ervoor zorgt dat glucose vanuit het bloed in de cellen wordt opgenomen. Als reactie op deze verminderde gevoeligheid gaat het lichaam extra insuline aanmaken. Deze verhoogde insulinespiegels stimuleren de productie van androgenen (mannelijke hormonen).
Zo ontstaat een vicieuze cirkel: meer androgenen verlagen de gevoeligheid voor insuline, en meer insuline verhoogt de androgenen. Deze cirkel is een belangrijke oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen bij PMOS.
Welke klachten geeft het?
De hormonale verstoring bij PMOS kan verschillende klachten geven. Veel vrouwen met PMOS worden moeilijker zwanger, omdat de eisprong onregelmatig is. Bij een klein deel lukt het op natuurlijke wijze helemaal niet.
Daarnaast kunnen verhoogde androgeenspiegels leiden tot:
- Overmatige haargroei in het gezicht en op het lichaam (hirsutisme)
- Acne, met name op de kin, kaaklijn en rug
- Haaruitval bovenop het hoofd en bij de slapen, zoals vaak bij mannen gebeurt (alopecia androgenetica)
Overgewicht komt vaak voor bij PMOS en kan de hormonale en metabole ontregeling verergeren.
Naast lichamelijke symptomen kunnen ook psychische klachten optreden. Stemmingswisselingen, angst en depressieve gevoelens komen vaker voor bij vrouwen met PMOS. Dit kan deels worden verklaard door hormonale schommelingen en de impact van de klachten op het zelfbeeld.
Diagnose
De diagnose PMOS wordt meestal gesteld op basis van de zogenoemde Rotterdam-criteria. Er is sprake van PMOS als minimaal twee van de drie onderstaande kenmerken aanwezig zijn:
- Onregelmatige of afwezige eisprong (oligo- of anovulatie)
- Verhoogde niveaus van androgenen (hyperandrogenisme)
- Cysten in de eierstokken, zichtbaar op een echo
Alleen een arts kan deze diagnose stellen, bijvoorbeeld met bloedonderzoek en een echo. Een verhoogde genetische aanleg is geen diagnose: het geeft alleen aan dat het risico op PMOS mogelijk groter is.
Wat kun je doen?
Goed om te weten: veel vrouwen met PMOS worden zonder medische hulp zwanger. PMOS betekent dus niet dat je onvruchtbaar bent. Het kan wel langer duren. PMOS is niet te genezen. Maar er zijn mogelijkheden om de klachten te verminderen en de kans op een zwangerschap te vergroten. Welke aanpak het beste past, bespreek je met je arts.
Leefstijl: een gezonde leefstijl is vaak een belangrijke eerste stap. Al een beperkt gewichtsverlies kan bij sommige vrouwen helpen om de eisprong te herstellen. Gezond eten, voldoende bewegen en niet roken dragen bij aan een betere hormoonbalans.
Medicijnen: als leefstijlaanpassingen niet genoeg zijn, kan je arts medicijnen overwegen die de eisprong stimuleren.
Vruchtbaarheidsbehandeling: als medicijnen niet het gewenste resultaat geven, zijn er verdere opties. Denk aan hormooninjecties of IVF. Je arts bespreekt met je welke stap het beste past bij jouw situatie.
Welke rol speelt jouw DNA?
PMOS heeft niet één oorzaak. Je genetische aanleg speelt een belangrijke rol. Sommige variaties in je DNA verhogen de kans op PMOS.
De Vruchtbaarheid DNA-test kijkt naar genetische variaties die onderliggende processen bij PMOS kunnen beïnvloeden, waaronder: - Hormoonhuishouding (androgenen) - PMOS-gerelateerde insulinegevoeligheid - Balans tussen de hormonen LH en FSH
De uitslag laat zien of je genetisch gezien een normale kans of een verhoogde kans hebt. Een verhoogde kans betekent niet dat je PMOS hebt. En een normale kans betekent niet dat je het niet kunt krijgen.
De uitslag stelt geen diagnose. Maar het kan wel aanleiding zijn om met je arts te bespreken of verder onderzoek zinvol is.
Andere risicofactoren
Overgewicht is een van de belangrijkste risicofactoren voor PMOS: ongeveer de helft van de vrouwen met PMOS heeft obesitas. Overgewicht gaat vaak samen met insulineresistentie, wat kan bijdragen aan PMOS. Overtollig vetweefsel kan bovendien direct de aanmaak van androgenen stimuleren. Ook kan overgewicht zorgen voor chronische, lichte ontstekingen en meer schadelijke zuurstofdeeltjes (ROS) in het lichaam, wat PMOS verder kan verergeren.
Is deze test iets voor jou?
Gaat alles goed en heb je geen klachten? Dan is er geen reden om DNA-onderzoek te doen.
Maar heb je wél klachten die maar niet verklaard worden, zoals een onregelmatige cyclus of hevige menstruatie? Lukt het niet om zwanger te worden? Dan kan deze test een waardevol aanknopingspunt zijn. De test kan jou en je arts helpen om gerichter te bepalen of aanvullend onderzoek zinvol is.
De Vruchtbaarheid DNA-test stelt geen diagnose en stuurt niet direct aan op behandeling. De test geeft aanvullende informatie op basis van je DNA. Bespreek de uitslag altijd met een arts.